Hoofdnavigatie
- Home
- Wie is Erik Gerritsen
- Slimmer werken
- Best practices
- Documenten
- Blogs van Erik
- Gast Blogs
- Nieuwsbrief
- Links
- Contact
De laatste week van november en de eerste dagen van december verbleef ik in Australië. In samenwerking met ANZSOG (Australian en New Zealand School of Government) gaf ik daar twee presentaties over de “Smart City” , testte ik mijn ideeën over de slimme overheid en sprak ik met een aantal insiders over de ontwikkelingen in Australië op het gebied van overheidshervormingen. Deze 18de blog staat dan ook geheel in het teken van een wat impressionistische weergave van dit werkbezoek. Een werkbezoek dat ik tevens – ver weg van de Nederlandse hectiek - benutte om mijn gedachten te ordenen voor de volgende schrijfronde met betrekking tot mijn promotieonderzoek. Behalve dan de twee laatste avonden in Sydney. Toen had ik het wel even gehad met eenzame sessies achter de computer in mijn hotelkamer.
Als fervent musicalfan bezocht ik op zaterdagavond de musical “My fair lady” met onder andere Richard L. Grant (bekend van de black pimpernel) als professor Higgens. Echt een geweldige uitvoering. En toeval bestaat niet. Een dag later kwam ik in het boek van Stephen M.R. Covey (de zoon van) getiteld “The speed of trust” een verwijzing naar die musical tegen. Het verhaal van het bloemenmeisje met plat accent dat zich ontwikkeld naar een society dame simpelweg door te geloven dat dat mogelijk is. “You get what you expect”. Het boek van “de zoon van” is overigens een aanrader. Wel typisch Amerikaans en erg wollig opgeschreven (als je het eerste hoofdstuk en de inhoudsopgave leest heb je de kern wel te pakken, maar dan mis je de vele mooie voorbeelden), maar het gaat wel om een kernthema met betrekking tot de slimme overheid. Het belang van vertrouwen en hoe je dat realiseert in onderlinge verhoudingen. Covey jr. heeft een neus voor de actuele thema’s. Het realiseren van vertrouwen is immers een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van organisatiegrens overschrijdende samenwerking. Een fundament onder een succesvolle verleidingsstrategie. In veel managementboeken wordt het aanwezig zijn van vertrouwen als voorwaarde gezien voor veranderen, innoveren en beter samenwerken. Maar hoe je dat vertrouwen realiseert waar de uitgangspositie er vaak ééntje is van wantrouwen, dat wordt er meestal niet bij verteld. Covey jr. geeft in zijn boek een groot aantal concrete tips, die voor mij zeer herkenbaar zijn en een onderbouwing vormen voor elementen van mijn eigen theorie van de verleiding. Kernpunt van Covey is dat wie vertrouwen geeft en zelf resultaten laat zien en afspraken nakomt vertrouwen zal ontvangen.
Op zondagavond bezocht ik de musical “Priscilla: Queen of the desert”. De musicalversie van de beroemde gelijknamige Australische roadmovie over drie “drag queens” in een bus door het Australische achterland toeren. Dit keer geen associaties met de slimme overheid, maar simpelweg een heerlijke avond topamusement. Ik hoop dat deze musical snel naar Amsterdam komt. Een première aan de vooravond van de gay pride lijkt me echt geweldig.
Mijn reis begon met het in het vliegtuig lezen van een heerlijk relativerend interview met Tom Peters, auteur van “In search of excellence” in de financial times. Peters geeft in dat interview aan dat hij eigenlijk van mening is dat het veel geld betalen voor zijn presentaties eigenlijk weggegooid geld is. Hij en vele andere goeroes vertellen feitelijk al vele jaren hetzelfde verhaal. En de wereld is helemaal niet veel complexer geworden dan vroeger. Er is altijd sprake van vele en snelle veranderingen en de uitdaging van alle tijden is om daar slim mee om te gaan. En dat is vooral een kwestie van “getting stuff done”. En zo is het maar net.
Op de eerste maandag van mijn bezoek aan Melbourne val ik met mijn neus in de boter. Ik ben aanwezig bij een seminar over “Transformational Change in Schools”. Vice Premier Julia Gillard geeft een indrukwekkend statement af en daarna is het woord aan Leon Klein de “chancellor of the New York City Department of Education”. Klein heeft in het gebouw waar zijn ambtenaren werken een school gehuisvest zodat zijn ambtenaren elke dag het geluid van kinderen horen als ze op hun werk komen. De discussie gaat over de vraag hoe de kwaliteit van het onderwijs vergroot kan worden. De problemen waar New York en Australië mee kampen zijn zeer vergelijkbaar met die in Nederland. De aanpak die Klein met de nodige successen in New York heeft toegepast wordt door de VP omarmd. Het gaat om een combinatie van autonomie voor de scholen in ruil voor resultaatverantwoording en publieke benchmarking, slecht presterende scholen die leren van goed presterende scholen. Het gaat daarnaast om investeren in de kwaliteit van de leraren (is de belangrijkste verklarende variabele voor succes) en het invoeren van prestatiebeloning in het bijzonder voor leraren die werken in scholen met achterstandskinderen.
In een zaal vol schoolhoofden gaat de discussie vooral over de verantwoordingsvraag. Niemand is tegen het afleggen van verantwoording. Maar men stelt vraagtekens bij te eenzijdige prestatie indicatoren. Leon Klein geeft aan dat het vooral werken met testresultaten voor taal en leren – ondanks het feit dat leerlingen uiteraard ook vele andere vaardigheden moeten leren – zeer voorspellend zijn ten aanzien van het slaagpercentage. Daarnaast speelt “vooruitgang gedurende de schoolcarriére” in de gehanteerde prestatie indicatoren een belangrijke rol. Daarmee wordt voorkomen dat scholen met een groot percentage achterstandskinderen per definitie slecht scoren. Daarnaast wordt gewerkt met benchmarking van clusters met – qua samenstelling van het leerlingenbestand – vergelijkbare scholen. Daar kunnen we denk ik in Nederland ons voordeel mee doen. Want hoge cito scores zeggen op zich niet zo veel en openbare benchmarks alleen gebaseerd op cito scores geven een onjuist beeld van de prestaties van scholen en lokken uit tot pervers gedrag.
Opvallend, maar ook weer herkenbaar, was dat tijdens de bijeenkomst meerder malen werd geconstateerd dat dit een unieke bijeenkomst was met beleidsmakers en schoolhoofden in één zaal. De spanning tussen beleidsmakers en professionals was goed voelbaar. Van een echte dialoog was tijdens de discussie geen sprake. De echte zorgen van de professionals hoorde ik vooral tijdens de thee en lunch. Ik hoop van harte voor het Australische onderwijs dat het niet bij deze ene bijeenkomst blijft. Dat deze bijeenkomst een periodiek vervolg krijgt waarin beleidsmakers en uitvoerders in dialoog het nieuwe onderwijssysteem verder uitwerken. Dat het seminar een vervolg krijgt in leergemeenschappen.
In de Australische pers verschenen overigens de nodige kritische commentaren op het bezoek van Klein. Ten eerste vroeg men zich af of men niet veel eerder naar het Finse model zou moeten kijken als voorbeeld. Veel fundamenteler was echter de vraag waarom Australië blijkbaar zo verslaafd is aan buitenlandse “Rainmakers”. De Australische definitie van een expert: “iemand die van verder dan 10.000 kilometer komt”. Waarom niet veel meer vertrouwen hebben in de eigen experts die in de frontlijn werken? En we weten toch eigenlijk wel wat er nodig is voor goed onderwijs? Gewoon het gezond verstand gebruiken. Goede leraren! Ik moest weer even denken aan het interview met Tom Peters.
Ik last de kritische colum over “rainmakers” in de Canberra Times de ochtend voor dat ik mijn tweede presentatie over de “Smart City” gaf voor een delegatie van ambtenaren van de provincie waar de hoofdstad Canberra deel uit maakt. In Australië zijn de “states” veel machtiger dan de locale overheden. Gemeenten noemen ze daar “creations of the state”. Canberra zelf is in 1913 de hoofdstad van Australië geworden vanwege de strijd tussen Sydney en Melbourne. In dezelfde Canberra Times las ik een artikel waarin een journalist melde dat Australië één van de beste publieke sectors heeft van de wereld. De colum en het artikel gaf mij de mogelijkheid om mijn verhaal met wat humor te beginnen. “Ik kom van verder dan 10.000 kilometer een verhaal vertellen over de slimme overheid voor ambtenaren die deel uit maken van één van de beste overheden ter wereld”.
Toch viel mijn verhaal in goede aarde. Dat was ook eerder al het geval toen ik mijn verhaal over de slimme overheid presenteerde aan een delegatie ambtenaren van de staat Victoria in Melbourne. In de discussies na mijn presentatie en in de gesprekken die ik in Melbourne, Sydney en Canberra mocht voeren met een aantal hoogleraren bleek dat mijn verhaal over de slimme overheid behoorlijk resoneerde met de uitdagingen waarvoor de Australische overheden staan. Elementen uit mijn verhaal werden zelfs als vernieuwend gezien volgens mijn gesprekspartners. Al met al hebben de gesprekken die ik heb mogen voeren mij de bevestiging gegeven dat ik met mijn concept van de slimme overheid op de goede weg ben. Ook in het verre Australië vonden mijn verhalen de nodige weerklank.
Tot slot ontmoette ik in Canberra mijn studievriend Paul t Hart die enige jaren geleden naar Australië was verhuisd. Paul is professor bestuurskunde aan de universiteit van Canberra. In het vliegtuig terug las ik het door hem samen met Mark Bovens geschreven boek “Understanding Policy Fiasco’s”. Wederom een aanrader voor al diegenen die nog eens willen lezen waarom het rationele actor model volstrekt inadequaat is om succes en falen van beleid te beoordelen. In het boek speelt het voorbeeld van het Sydney Opera House een belangrijke rol. Het inmiddels na vele jaren veel geprezen wereldwonder van architect Utzon (die overigens overleed precies op de dag dat ik het Opera House even ging bekijken) was immers jaren als een typisch voorbeeld van een beleidsfiasco beschouwd. Heel bijzonder was het om Premier Rudd in het Australische lager huis een lofzang te horen uitspreken over wat Utzon voor Australië had betekend. Van beleidsfiasco naar wereldwonder. Het kan verkeren.
Erik Gerritsen
egerritsen@bda.amsterdam.nl