Hoofdnavigatie
- Home
- Wie is Erik Gerritsen
- Slimmer werken
- Best practices
- Documenten
- Blogs van Erik
- Gast Blogs
- Nieuwsbrief
- Links
- Contact
Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Je kop boven het maaiveld uitsteken. Gelijke monniken, gelijke kappen. Je kunt een gulden maar één keer uitgeven. Typisch Nederlandse gezegden. Niet bepaald het klimaat waarin een constructief debat kan worden gevoerd over het bevorderen van meer excellentie in het onderwijs.
Ondertussen dendert de globalisering gewoon door. De wereld is plat geworden. Met een onontkoombare conclusie voor een westers land als Nederland. De enige manier om een belangrijke rol te blijven spelen in de wereldeconomie is investeren in de (creatieve) kenniseconomie. Niet plaatsgebonden lage lonen arbeid verdwijnt. Of we dat nu leuk vinden of niet. Wel plaatsgebonden lage lonen arbeid is voor een groot deel afhankelijk van de aanwezigheid van een bloeiende kenniseconomie. En die kenniseconomie is weer afhankelijk van een hoog opgeleide beroepsbevolking. Het economische vestigingsklimaat wordt steeds meer bepaald door de hoeveelheid toptalent dat aanwezig is.
Streven naar excellentie is dus geen keuze maar kei harde noodzaak. Ook voor de welvaart van de minder bedeelden. Niet kiezen voor excellentie in het onderwijs is ronduit asociaal. Wel kiezen voor excellentie raakt echter vele gevestigde belangen en diepgewortelde Nederlandse cultuurtrekjes. Het droogpompen van dit verlammende institutionele moeras is dus geen gemakkelijke opgave. Wat kan helpen is een andere manier van kijken.
Kleinschaligheid kan een bijdrage leveren aan excellentie. Hogere kosten kunnen grotendeels worden beperkt door slim klein (primaire proces van het onderwijs) binnen groot (ondersteunende processen) te organiseren. Hogere kosten kunnen ook verder worden beperkt door het zoeken van locale partnerships met bijvoorbeeld welzijnsinstellingen (huisvesting), sportverenigingen (sport faciliteiten) en toekomstige werkgevers (gastdocenten, betaalde stageplekken, gesponsorde vakopleidingen).
Selectie aan de poort is niet in strijd met het principe van gelijke kansen voor gelijke talenten. Maar legt de verantwoordelijkheid (voor het optimaal benutten van dat talent) terug waar die hoort. Bij de leerling. Voor goed excellent onderwijs mag ook best wat extra’s betaald worden door die leerling. Zowel in het middelbaar als in het hoger onderwijs. Die leerling kan daarvoor gemakkelijk een lening afsluiten, omdat zijn kansen op een goed betaalde baan na succesvolle afronding van de opleiding 100% zijn. Kinderen van rijke ouders zullen die lening wellicht niet hoeven af te sluiten, maar moeten evengoed aan de toelatingseisen voldoen. En getalenteerde leerlingen van minder welgestelde ouders krijgen hun kans op excelleren.
Competitie tussen onderwijsinstellingen door transparante openbare evenwichtige veelzijdige benchmarking (dus geen cito toets terreur) zal leiden tot algehele kwaliteitsverhoging en grotere variatie in het onderwijsaanbod waardoor meer – voorheen niet als zodanig herkend – talent zich alsnog kan ontplooien.
Gewoon ruimte geven aan gevarieerd excellent middelbaar en hoger onderwijs in plaats van alles en iedereen in een dwangbuis van de middelmatigheid te persen. Op basis van het vertrouwen in de kracht en mogelijkheden van jongeren, de deskundigheid en passie van docenten en de kwaliteit van onderwijs management om het beste naar boven te halen uit iedereen. De extra geïnvesteerde euro’s door overheid, leerlingen en maatschappelijke partners zullen zich in veelvoud terugbetalen. En voor diegenen die ondanks alle geboden kansen om wat voor reden dan ook toch relatief laag opgeleid blijven wordt voldoende werkgelegenheid gerealiseerd door een bloeiende kenniseconomie.
Erik Gerritsen, kennisambassadeur van de Gemeente Amsterdam