Hoofdnavigatie
- Home
- Wie is Erik Gerritsen
- Slimmer werken
- Best practices
- Documenten
- Blogs van Erik
- Gast Blogs
- Nieuwsbrief
- Links
- Contact
De ware hype die is ontstaan naar aanleiding van het uitkomen van het inmiddels beruchte rapport van de commissie Dijselbloem deed mij denken aan wat de politicoloog Hirschman in studies naar ontwikkelingsbeleid in Latijns Amerikaanse landen ooit heeft gemunt als “fracasomania” ofwel “faalcomplex”. Fracasomania is volgens Hirschman de gewoonte om beleidservaringen die feitelijk zowel mislukkingen als successen bevatten consequent te bestempelen als totale fiasco’s. Het feit dat nieuwe beleidsmakers steeds opnieuw alles dat in het verleden is gedaan afdoen als totale mislukking leidt keer op keer tot de automatische conclusie dat het allemaal totaal anders moet.
Dit faalcomplex heeft volgens Hirschman een aantal oorzaken, te weten eigenbelang van nieuwe machthebbers om elk beleid uit het verleden te diskwalificeren en weer vanaf nul te beginnen en een collectief minderwaardigheidscomplex van betrokken actoren als reactie op maar voortdurende achterstanden en machteloosheid. Het effect van fracasomania is dat beleidsmakers blind zijn voor positieve effecten van eerder beleid waarop zou kunnen worden voortgebouwd en dingen die fout gaan uitvergroten tot totale mislukkingen. Op deze manier wordt niet gebouwd aan zelfvertrouwen dat verbetering wel degelijk mogelijk is en er wordt niet geleerd van eerdere ervaringen. Beleidsmakers storten zich op de volgende grote hervormingsoperatie met alle ingebakken teleurstellingen van dien die vervolgens weer gretig door de volgende generatie machthebbers wordt aangegrepen om opnieuw vanaf nul te beginnen.
Het rapport Dijselbloem bevat een aantal goede analyses en behartenswaardige aanbevelingen. Natuurlijk is het verstandig om een einde te maken aan de verstikkende bureaucratie die is ontstaan door overmatige bemoeienis vanuit de Rijksoverheid met de inhoud van het onderwijs. En natuurlijk is het goed om die bemoeienis bureaucratie op te ruimen en de onderwijs professionals meer ruimte te geven wel in ruil voor een veel betere verantwoording richting overheid en ouders over behaalde resultaten. De overheid moet weer verantwoordelijk worden voor de WAT-vraag. Maar hoe wordt voorkomen dat de bemoeienis bureaucratie via de achterdeur weer binnenkomt door contraproductieve afrekenmechanismes gebaseerd op eenzijdige prestatiecriteria? En hoe behouden we de goede praktijken op het gebied van bijvoorbeeld het nieuwe leren, competentiegericht leren en leer/werk onderwijs die zich – ondanks het blijkbaar totaal falende oude beleid – toch hebben weten te ontwikkelen? Blijkbaar was het voor sommige scholen in het huidige systeem wel degelijk mogelijk om tot aanzienlijk betere onderwijsprestaties te komen. Wat zegt dat over de oorzaken voor het falen van de scholen die nu als bewijs voor het falen van het hele systeem worden aangevoerd?
De stoere taal uit Den Haag doet het ergste vrezen. Het kind van de goede praktijken dreigt te worden weggegooid met het badwater van doorgeslagen bureaucratie. En dan worden onze kinderen het kind van de rekening. Fracasomania bedreigt het onderwijs. Het is de hoogste tijd dat de Haagse beleidsmakers in therapie gaan om verlost te worden van hun manifestatiedrift. En wellicht dat een week in een klooster de rust oplevert om de wel degelijk ook aanwezige goede praktijken te behouden en daarop voortbouwend samen met het onderwijsveld in omkeerbare stapjes werkende weg uit te vinden wat werkt en wat niet werkt.
Erik Gerritsen,
Kennisambassadeur namens de Gemeente Amsterdam