Meer met minder dysfuntionerende ketens

Kruimelpad

 
dossiers.jpg (33 Kb)

Meer met minder dysfuntionerende ketens

4 juni 2008

We kennen denk ik allemaal de afschuwelijke voorbeelden van maatschappelijke problemen die maar niet opgelost worden, terwijl vele instanties – direct of indirect betaalt met belastinggeld - betrokken zijn bij de oplossing van dat probleem. Instanties die op de één of andere manier machteloos zijn op met elkaar het probleem op te lossen. Instanties die vooral bezig zijn het papierwerk op orde te krijgen in het kader van de financiele verantwoording. En geen tijd overhouden om te doen waar ze voor zijn. Vele instanties die niet in staat zijn in gezamenlijkheid het probleem op te lossen. Omdat ze onvoldoende van elkaar weten waar ze mee bezig zijn, veel werk daarom overdoen en vooral bezig zijn met het uitvoeren van hun eigen deelverantwoordelijkheid.

Het vermoorde kindje in de achterbak van de auto. Het verbrande gezin in Roermond. Veel instanties bleken op de hoogte van de problemen in het desbetreffende gezin. Veel papierwerk. Maar alle ondernomen deelacties hadden niet kunnen voorkomen dat het mis ging. Ondanks heel veel belastinggeld is het probleem van de dysfuntionerende keten in de jeugdzorg nog niet opgelost.

Op het terrein van de de aanpak van veelplegende harde kern jongere was het tot voor kort in de gemeente Amsterdam niet veel anders gesteld. Maar inmiddels is hier sprake van een ketenaanpak. Gemeentelijke instellingen als de GGD, de directie Openbare Orde en Veiligheid, de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, de sociale dienst en de stadsdelen (o.a. leerplicht) werken in nauw overleg met de politie, justitie, bureau jeugdzorg, de raad voor de kinderbescherming en de schoolbesturen samen om het maatschappelijke probleem op te lossen.

Door gebruik te maken van elkaars gegevens. Binnen de grenzen van de privacywetgeving. Je hoeft immers niet alles van elkaar te weten. Je hoeft alleen van elkaar te weten of de betreffende probleemjongere bij een van de instanties in een traject zit. Door in casuïstitiekoverleg de betrokken jongere integraal te bespreken en samen af te spreken wat de beste vervolgaanpak is. Door per geval af te spreken welke instantie probleemeigenaar is die ook de andere instanties mag aanspreken op het vervullen van hun taken in het geheel.

In het begin was nog sprake van een enigszins “gemankeerde” ketenaanpak. Wel in hetzelfde gebouw, intensief contact, maar nog geen gemeenschappelijke werkprocessen en registratiesystemen en overlappende initiatieven als Jusititie in de buurt, jongeren opvangteams, jongerenwerklokketten etc. Die aanpak had al aantoonbaar succes. Minder criminaliteit, minder recidive, lagere onveiligheidsgevoelens in de buurt. Met ingang van 2005 wordt in het kader van de invoering van zogenaamde “ketenunits” ook gewerkt met gemeenschappelijke werkprocessen en ICT en hergebruik van gegevens.

Ik ben er van overtuigd dat met deze ketenaanpak de bureaucratiekosten voor alle betrokkenen fors omlaag zullen gaan. In dit geval vooral voor de niet gemeentelijke partners. Dus niet zo veel besparingsmogelijkheden voor de gemeentelijke organisatie zelf. Maar de gemeente zal fors meeprofiteren van de hogere beleidsresultaten. Betere bestrijding van jeugdcriminaliteit, meer jongeren aan het werk of op een opleiding. Hoger veiligheidsgevoelens. Kortom, meer resultaat met minder belastinggeld. Alle reden voor publieke controllers om zich op het terrein van de ketenaanpak te storten. Te beginnen met de jeugdzorg.

Erik Gerritsen
Gemeentesecretaris van Amsterdam